Registres paroissiaux de la Flandre Occidentale
Le Concile de Trente (1545-1375) imposait que les baptêmes, les mariages et certains dossiers des sépultures étaient notés. Seulement à partit de 1359, cette règle a été appliqué d'une manière générale. Les registres paroissiaux sont les principales bases de données des siècles précédents. Les grands événements de la vie humaine ont été écrites dans les registres paroissiaux.
Baptêmes
De doopregisters bevatten de naam van de gedoopte, maar ook de naam van de ouders worden genoemd. Over het algemeen zijn de gegevens uit latere jaren uitgebreider dan in de eerste jaren. In de eerste jaren werden vaak naastde naam van de vader en van het kind en de doopdatum genoemd, alsmede de peter en meter. Later kwam de naam van de moeder erbij. Pas in de laatste jaren ook de geboortedatum en vaak ook de naam van het dorp of gehucht waar de ouders woonden. Vrijwel altijd zal dit ook de geboorteplaats geweest zijn, maar soms staat er ex: afkomstig wat betekent dat ze vroeger daar woonden en dit is niet noodzakelijk de plaats waar ze gedoopt zijn. Soms worden de namen van doopgetuigen of doopheffers vermeld. Die namen kunnen een belangrijke rol spelen bij het reconstrueren van familierelaties, omdat het vaak om grootouders of ooms en tantes gaat.
Tot aan het Concilie Vaticanum II (1962-1965) was de Kerk van mening dat het doopsel de eerste voorwaarde was om gered te worden [wie niet gedoopt was was geen kind van God]. Deze visie is compleet omgekeerd door het Concilie.
Certaines paroisses ont pargois été desservies par le pasteur d'une paroisse voisine où les actes ont été enregistrés. Parfois, le pasteur a fait un commentaire dans les registres comme par exemple, en 1757 à Waardamme, qui était desservie par le curé de Ruddervoorde. Les actes de Waardamme se trouvent dans les registres de Ruddervoorde, même si les gens vivaient à Waardamme.
