Poortersloge Brugge - Rijksarchief

Poorters van


Roeselare


Laatst bijgewerkt op: 11-2-2009

Nu bezit iedereen de nationaliteit van het land waartoe hij behoort. Als hij naar een ander land gaat wonen, dan behoudt hij meestal de nationaliteit van zijn land van oorsprong, ten ware hij zich laat naturaliseren en de nationaliteit aanneemt van het land waar hij ingeweken is.

Tot aan de invoering in 1804 van ons burgerlijk wetboek, ook genoemd Code Napoléon, was dit ook zo. Maar de nationaliteit was toen verbonden aan een veel kleiner gebied: een stad, een kasselrij of een heerlijkheid. Men was poorter van een stad of laat van een kasselrij of heerlijkheid. In de kasselrijen van het Westland: Veurne, Broekburg, St.-Winnoksbergen en Cassel, was men keurbroeder of keurzuster van de kasselrij. Poorter, laat en keurbroeder of keurzuster gaven aan tot welk rechtsgebied een persoon behoort.

Een Brugse poorter kon zich laten afschrijven en zich dan doen inschrijven als laat van het Vrije of in een heerlijkheid en omgekeerd.

Het kennen van het poorterschap of van het laatschap is zeer belangrijk, omdat bij zijn overlijden de eventuele staat van goed moet verleden worden en ingeschreven in de wezenregisters van de stad, kasselrij of heerlijkheid, waarvan hij de "nationaliteit" bezat. Indien men deze laatste kent, weet men waar de staat van goed van een bepaalde persoon moet gezocht worden.

Wat de stukken land betreft, deze worden altijd behandeld en ingeschreven bij de schepenbank van het rechtsgebied waarin zij liggen.

Bron: Jos. De Smet: Het Brugse Vrije en zijn archief. De Vlaamse Stam, 1968, blz. 433 - 444.




Zoekscherm