Poortersloge Brugge - Rijksarchief

Database Akten West-Vlaanderen

Staten van Goed


Laatst bijgewerkt op: 30-3-2008

Een zo volledig mogelijke kwartierstaat opstellen is wel interessant, maar om een familiegeschiedenis te schrijven kan men meer vinden over hun beroep, bezittingen en sociale status kan men terecht in de staten van goed en de wezenregisters.

Tot aan de invoering in 1804 van ons burgerlijk wetboek, ook genoemd Code Napoléon, werd een persoon slechts meerderjarig op 25-jarige leeftijd. Wanneer in een sterfhuis een of meerdere kinderen aanwezig waren van minder dan 25 jaar, werd een staat van goed opgemaakt van de baten en van de lasten van het sterfhuis. Deze staat werd dan voorgelegd aan de schepenen die toezicht hielden op het goed van de minderjarige wezen en die twee voogden aanstelden om dit goed te helpen beheren. Later, bij hun meerderjarigheid, of vroeger wanneer ze huwden of in het klooster traden, ontvingen de wezen hun aandeel in de erfenis.

In iedere staat van goed vindt men eerst de filiatie van de overledene, zijn ouders en soms zijn grootouders, de opgave van één of méér huwelijken, en de nog levende kinderen uit ieder huwelijk met hun leeftijd. Daarna volgt een opsomming van de onroerende bezittingen en van de renten, gevolgd door een gedetailleerde opgave van het ambachtsgerei en van de meubels, klederen en juwelen. Tot slot volgt een overzicht van de in het sterfhuis aanwezige schulden.

Bij de grote magistraturen, zoals het Brugse Vrije, wordt de inhoud van de staat van goed slechts in het kort opgetekend in het wezenregister. Dit maakt dat wanneer een staat van goed niet bewaard werd, men toch de inhoud ervan geheel of ten dele kan terugvinden in de wezenregisters.

Bron: Jos. De Smet: Het Brugse Vrije en zijn archief. De Vlaamse Stam, 1968, blz. 433 - 444.

Woordenboeken voor specifieke termen:

Overzichts-
tabel

Kaart
Brugse Vrije

Zoekscherm